‘Unieke kans en doorbraak in verwaarden van mineralen’

Aldus LTO-bestuurder Hans Huijbers over plannen mestwetgeving

‘Een doorbraak voor het mestvraagstuk wordt nu mogelijk, waarbij de route wordt ingeslagen naar het verwaarden van mest. De afspraken tussen overheid en bedrijfsleven staan in een samenhangende en realistische aanpak, die goed is voor het perspectief in de veehouderij én het milieu.’ Dit zegt LTO-bestuurder Hans Huijbers (portefeuillehouder Verduurzaming) in een reactie op de kabinetsplannen voor het toekomstig mestbeleid, die vandaag naar de Tweede Kamer zijn gestuurd.

Volgens Huijbers zal binnen afzienbare tijd dierlijke mest, verwerkt tot kunstmest of bodemverbeteraar, een meerwaarde opleveren voor enerzijds ondernemers (veehouders en plantentelers) maar anderzijds ook voor het milieu (betere waterkwaliteit, minder energieverbruik, meer biodiversiteit). Ook ziet hij grote kansen in economisch opzicht omdat zowel product- als systeeminnovaties over de hele wereld inzetbaar zullen worden: ‘Deze kansrijke innovaties worden met de huidige plannen gefaciliteerd en betekenen dus ook behoud van de innovatievoorsprong van de Nederlandse agrarische sector.’

De bewindslieden Bleker en Atsma leggen volgens Huijbers terecht de verantwoordelijkheid voor het mestoverschot bij de individuele ondernemers, die dan in ruil voor het herstel van evenwicht op de mestmarkt ook ontwikkelingsruimte krijgen. ‘Agrarische ondernemers zullen die verantwoordelijkheid nemen. Zonder verplichtingen voor veehouders kom je hier niet uit. Vrijblijvendheid is verleden tijd.’

Gezamenlijke inspanning
Tegelijkertijd benadrukt de LTO-voorman dat primaire ondernemers het mestoverschot niet alleen kunnen oplossen. De inzet van de gehele agroketen, zoals veevoerindustrie, banken, kennisinstellingen, verwerkers en toeleveranciers is onontbeerlijk. ‘Dat komt ook in de plannen tot uitdrukking. Het lukt alleen met een gezamenlijke inspanning in een eendrachtige privaat-publieke samenwerking’, aldus Huijbers.

Het nieuwe beleid gaat naar zijn mening veel vergen van de individuele agrarische ondernemer, maar zal tegelijkertijd ook zekerheid en continuïteit bieden. ‘Er ligt voor veehouders met een mestoverschot op hun bedrijf een zeer forse taakstelling. Na 25 jaar discussie heeft de overheid nu haar verantwoordelijkheid genomen door een evenwichtig stelsel van wetten en regels te ontwerpen. Daarmee zal een einde komen aan een periode waarin de mestafzet als het ware een loterij was en staan we op de drempel van een tijdperk waarin mest niet langer stinkt’.

Milieu verder verbeteren
In de plannen ziet LTO voor intensieve teeltsystemen een nieuw evenwicht binnen bereik tussen mens, plant, dier en omgeving. De (indirecte) effecten van de aangekondigde wetgeving zullen via bodemvruchtbaarheid, kunstmestvervangers, betere waterkwaliteit, goede landbouwpraktijk, grondstoffenefficiency, maximaal hergebruik en een evenwichtige inzet van mineralen ten goede komen aan het milieu. Huijbers: ‘Het is goed dat het kabinet ook nadrukkelijk een voorschot neemt op grondgebruik in de toekomst, waarbij gesproken wordt van stabiele gebruiksnormen en aandacht voor bodemvruchtbaarheid. Beide worden bereikbaar door inzet van kwaliteitsproducten uit dierlijke mest.’

Volgens Huijbers vergen de plannen op details nog een nadere uitwerking, zoals bijvoorbeeld voor de wijze waarop rekening wordt gehouden met regionale verschillen, mestsoorten en grondsoorten. ‘De lat ligt in het intensieve zuiden hoger dan elders’, aldus de LTO-bestuurder. Ook zullen de plannen nog door de Europese commissie goedgekeurd moeten worden.
Het in stand houden van een stelsel van dierrechten is straks volgens de beide bewindslieden niet meer nodig. Huijbers: ‘Die rechten zullen weliswaar verdwijnen, maar duurzaamheidsthema’s (o.m. klimaat, energie) en milieuthema’s (stikstof, fosfaat en ammoniak) zullen leidend zijn. Voor ondernemers betekent dit dat ze verder kunnen met noodzakelijke investeringen in verduurzaming.’

Samenwerking
De LTO-voorman kenschetst het overleg met beide departementen als een lang en intensief, maar ook succesvol traject. “Het is een voorbeeld van intensieve samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven, waarbij de overheid faciliteert en het bedrijfsleven investeert”.

Bron: LTO Nederland