GLB voorbeeld ontwikkelingssamenwerking

De staatssecretarissen van ontwikkelingssamenwerking en landbouw hebben in een gezamenlijke brief aan de Tweede Kamer uiteengezet hoe het voedselzekerheidsbeleid in het kader van de internationale samenwerking uitgewerkt gaat worden. In die brief van 24 oktober 2011 wordt ingegaan op de urgentie en uitdaging van het beleid aan de hand van de problematische voedselsituatie in de Hoorn van Afrika. In de brief wordt gesteld dat de kosten van de ondervoeding in Afrika geschat worden op 10% van het totale bruto nationale product. Dat zijn kille cijfers waar nog vragen over gesteld kunnen worden, maar waarachter in elk geval heel veel menselijk leed schuil gaat. Jonge kinderen die een periode in de groei aan ondervoeding lijden worden geremd in hun persoonlijke ontplooiing voor de rest van hun leven.

In de brief wordt gerefereerd naar de onderliggende structurele kenmerken van de wereldvoedselsituatie. In 2050 zullen er 9 miljard mensen zijn en daarvoor is 70% meer voedsel nodig terwijl het landbouwareaal slechts 15% kan toenemen. Het zogenaamde “land grabbing” (acquisitie van landbouwareaal over de eigen grenzen), is een duidelijk symptoom. Voedsel wordt steeds meer een geopolitieke kwestie. Acute hongersituaties vragen om daadkrachtig handelen in multilateraal verband, maar voor de meer structurele vragen is een benadering van zelfredzaamheid en economische ontwikkeling noodzakelijk, die rekening houdt met de randvoorwaarden vanuit het milieu en de watervoorziening.

Daar zijn mogelijkheden voor aldus het kabinet. Er worden lessen geleerd uit het verleden en een uitgebreid overzicht van hoe en wat er gedaan moet worden en met wie wordt benoemd. Veel elementen uit de brief hebben zijn waarde en zullen kansen bieden. Nadrukkelijk wordt de relatie gelegd met de Nederlandse topsectoren, met name agrofood en tuinbouw en uitgangsmateriaal, en de betrokkenheid en kansen van het Nederlandse bedrijfsleven. Onze inzet zal bijdragen aan de zelfredzaamheid door: verhoging van en diversificatie van de productie, versterkte innovatiesystemen en meer ruimte voor ondernemerschap in de ontwikkelingslanden. Uiteindelijke moet de gecombineerde inzet van donorlanden ertoe leiden dat de partnerlanden aan zelfstandigheid winnen.

Veel waardevolle initiatieven kunnen hieronder tot ontwikkeling komen. Het is alleen de vraag of die ontwikkelingen de gesel van de mondiale marktwerking kunnen doorstaan. Juist in de prille, zich ontwikkelende economieën kan de volatiliteit die zich manifesteert in de mondiale markten, een verwoestende werking hebben. Enige marktbescherming, afgestemd op de ontwikkelingen in de eigen- en de wereldmarkt, heeft bewezen een stevig fundament te zijn voor de landbouwontwikkeling in een in ontwikkeling zijnde regio. De vorming van de Europese Unie was vanaf het begin gefundeerd op het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Ook India en China voeren een landbouw marktbeleid dat de eigen voedselvoorziening ondersteund, en met succes. India heeft de afgelopen decennia geen honger gekend en dat is een hele prestatie met zijn snelgroeiende bevolking.

Juist zo’n nationale of regionale landbouwpolitiek om de eigen voedselvoorziening te versterken wordt in de brief aan de Tweede Kamer niet genoemd. Critici zeggen dat het GLB te duur is. In verhouding tot andere beleidsterreinen is daar nog wel een discussie over te voeren, maar belangrijker is dat het GLB in principe bestaat uit een aantal marktordeningen. Die zijn opgebouwd uit instrumenten om de interne markt te beschermen en productie te stimuleren: importheffing, productieregulering en prijs- en voorraadbeleid. Het “dure” deel van het EU GLB is de inkomensondersteuning en die vindt zijn oorsprong in de (gedeeltelijke) compensatie voor de minimumprijsdalingen. In nieuw te ontwikkelen GLB in een ontwikkelingsregio is daar geen sprake van. Met enige goede wil kan het marktbeleid zelfs publiek geld genereren en dat is juist iets waar overheden in ontwikkelingslanden een groot gebrek aan hebben. Staatssecretaris Bleker heeft naar aanleiding van de problemen in de Hoorn van Afrika ook eens gezegd dat het veel beter zou zijn als daar net als in de EU een GLB was geïmplementeerd en die opmerking is niet terug te vinden in de beleidsbrief. Iets om over na te denken: het GLB als voorbeeld voor de ontwikkelingssamenwerking.

Jeroen Kloos, 25 oktober 2011