Publiekprivate samenwerking

De overheid wil in de negen topsectoren tot publiekprivate samenwerkingsafspraken komen. Om daaraan een extra impuls te geven werd besloten om de 51 miljoen euro die door het Ministerie van EL&I was gereserveerd in de begroting 2012 voor beleidsondersteunend onderzoek door de WUR, in dit kader in te passen. Het bedrijfsleven krijgt nu de gelegenheid om mee te sturen op de oriëntatie van dat onderzoek, maar moet daar wel eigen private inbreng tegenover stellen. Naast het budget dat gereserveerd is voor WUR-onderzoek is ook ander geld beschikbaar voor publieke samenwerking op innovatieve terreinen.

Idealiter is de verhouding privaat: publiek gelijk aan 40:60. Dat betekent dat ter waarde van 40% van het totaal, cofinanciering door het bedrijfsleven neergelegd moet gaan worden voor de uitvoering van de onderzoeksprogramma’s. Anders kan ook, dat de plannen die het bedrijfsleven toch al wil uitvoeren als contrafinanciering worden ingebracht voor het onderzoek dat door de overheid wordt betaald. In beide gevallen kan het bedrijfsleven meebepalen wat de oriëntatie van het onderzoek wordt. Als het goed werkt is dat voor alle betrokken partijen van belang: de samenwerking leidt tot verbindingen die een grotere som zijn dan het op zichzelf staande beleidsondersteunend onderzoek.

Het onderzoek van de WUR is vooral van belang voor de topsectoren Tuinbouw en Agro & Food. Maar ook andere topsectoren hebben banden met de landbouw. Chemie omvat de biobased economie, waarin de landbouw een rol speelt. Aangegeven is wel dat in het WUR-onderzoek een evenwichtige verdeling gezocht wordt tussen fundamenteel-, strategisch- en toegepast onderzoek, en de valorisatie. Het bedrijfsleven heeft natuurlijk vooral interesse in toepassingen die op korte termijn tot extra toegevoegde waarde kunnen leiden, maar ook hier lijkt toch te gelden dat een goede mix met fundamenteel en strategisch werk voor alle betrokkenen van belang is.

Op korte termijn zullen er nu een zestal thema’s uitgewerkt gaan worden. Voor plantaardige sectoren in de vollegrond wordt in eerste instantie gewerkt aan themaprogramma’s rond: vitale bodem, plantgezondheid, water, robotica en precisielandbouw, energie en als laatste diversificatie nieuwe teelten. Die publiekprivate samenwerkingsprogramma’s moeten op korte termijn tot stand komen, want de topteams hebben aangegeven al in december de prioriteiten te willen bepalen. Enige haast is dus geboden, maar veel werk is in feite al gedaan. Van belang is nu om de planning vanuit het private bedrijfsleven inzichtelijk te maken en te matchen met de WUR-onderzoeksplanning wat daarbij past. Het bedrijfsleven kan daarin prioriteiten bepalen en bovendien nieuwe onderzoeksvragen formuleren.

Voor wat betreft het primaire bedrijfsleven wordt vanzelfsprekend in eerste instantie gedacht aan de productschappen (Tuinbouw en Akkerbouw), maar ook andere vormen kunnen ingebracht worden. Samenwerkingsverbanden met lokale overheden en bedrijfsleven, en ook activiteiten met financiering door provincies of EU-gelden kunnen ingebracht worden. Het is in eerste instantie van belang om daar inzichtelijkheid in te krijgen. Dan zal naar alle waarschijnlijkheid ook blijken dat er veel meer gebeurt dan iedereen denkt. Geen eenvoudige opgave, maar wel van belang om de systematiek in gang te krijgen. Het volgende jaar zal er veel meer tijd zijn om nuanceringen in de planningen aan te brengen. Nu moet de hand aan de ploeg om de noodzakelijke verbindingen te leggen, inzichtelijkheid te creëren en prioriteiten te bepalen.

Jeroen Kloos
20 oktober 2011