Uitrijperiode knelt boer

Voor een melkveehouder is het generieke mestbeleid steeds minder goed te rijmen met de dagelijkse praktijk. Bijvoorbeeld in de Noordelijke Friese Wouden op een leemhoudende zandgrond.

Een nat voorjaar betekent later uitrijden dan de toegestane datum van 1 februari en dat terwijl een droog najaar straks de beperking kent van een uitrijverbod vanaf 1 augustus.
Ook LTO heeft daarom bij Kamerleden aangedrongen op aangepaste uitrijperioden waar nodig en mogelijk. Vooral als regionaal blijkt dat bijna alle bedrijven voldoen aan de nitraatdoelen is generiek beleid frustrerend, zeker als het opbrengst en geld kost. Ook als melkveehouder in de kleigebieden komt het nieuwe mestbeleid niet goed uit.
Ondernemers gaan naar een evenwichtsbemesting voor fosfaat in 2015. Bij een gemiddelde bodemtoestand betekent dat maximaal negentig kilo op grasland en zestig kilo op bouwland. In de praktijk blijkt echter dat vooral veel bedrijven met hoogproductief grasland meer fosfaat onttrekken dan die norm.
Bij een lage opbrengst kan daarbij nog steeds te veel bemest worden, daarom is er ook met steun van LTO door Kamerleden gepleit voor flexibele normen. Ook in de ledenbijeenkomsten van de vakgroep Melkveehouderij van LTO was men het massaal eens met de stelling: melkveehouderij bepaalt zelf hoe milieudoelen bereikt worden.
Daarentegen was bijna niemand te vinden voor de stelling: overheid schrijft de te bereiken milieudoelen en middelen voor. Toch is dat laatste de huidige realiteit, de Nitraatrichtlijn is wat dat betreft een duidelijk voorbeeld van starre regelgeving, voorschriften boven ondernemerschap.
LTO wil juist flexibeler beleid, gericht op het halen van doelen in plaats van hoe dat gedaan wordt. Dat Brussel vasthoudt aan starre uitvoering bleek ook in de recente besprekingen in de Tweede Kamer. De verantwoordelijke ministers Jacqueline Cramer (Vrom) en Gerda Verburg (LNV) gaven minimale ruimte voor aanpassingen aan het zwaarbevochten akkoord met de Europese Commissie.
Handhaven van de derogatie op 250 kilo en geen verdere verlaging van veel stikstofnormen zijn belangrijke resultaten van de inzet van LTO in het laatste jaar. Daar waar het knelt zet de organisatie zich in voor ondernemers en regio’s. Daarom ook steunt LTO Kamerleden van meerdere politieke partijen in hun moties over meetdiepte, fosfaat en uitrijperioden. Bij uitstek onderwerpen die direct effect hebben op de bedrijfsvoering en des te meer frustreren als ze onwrikbaar blijken.

Wiebren van Stralen
Mest & milieu, vakgroep Melkveehouderij

Bron: Nieuwe Oogst