Vakgroep wil discussie over taken Productschap Tuinbouw
Boom- en vaste plantentelers vrezen voor concurrentiepositie
De concurrentiepositie van bedrijven in de Nederlandse boomkwekerijsector zal aan kracht verliezen als voor alle ondernemingen geldende regels op het gebied van gewasbescherming, teelttechnisch onderzoek, en promotie (zoals het Groene stadprogramma) verdwijnen. Ook gezamenlijke projecten als de aanpak van bacterievuur komen dan in het geding. Dit stelt Peter Bontekoe, voorzitter van de LTO Vakgroep Bomen en Vaste planten.
De gezamenlijke financiering door de ondernemers in de boom- en vaste plantensector van onderzoek, projecten en regelingen gebeurt uit heffingen via het Productschap Tuinbouw (PT). Bontekoe: “Zonder zo’n verplichte, collectieve financiering zouden we een aantal grote stappen terug zetten. Dat wil de vakgroep voorkomen. Zo is de gezamenlijke promotie voor onze sector is pure noodzaak om afzetmarkten in binnen- en buitenland met een totaal pakket boomkwekerijproducten en vaste planten te behouden en waar mogelijk uit te breiden.”
Aanleiding om positie te kiezen is de ondernemerspeiling, die Productschap Tuinbouw (PT) medio eerder dit jaar onder boom- en vaste plantenkwekers heeft gehouden. Daaruit bleek dat het draagvlak voor financiering van gezamenlijke activiteiten vanuit het PT sterk is gedaald ten opzichte van een vorige peiling. Die daling houdt verband met de wijze van besluitvorming. Blijkbaar biedt de huidige structuur, waarbij organisaties op basis van representativiteit door de SER worden erkend om bestuursleden en sectorcommissieleden te benoemen, onvoldoende legitimatie om besluiten te nemen over sectorgelden.
Herkenbaar
De vakgroep concludeert dat de sector dermate divers is, dat vele projecten noodzakelijk en herkenbaar zijn voor een deel van de betrokken bedrijven, maar onvoldoende herkenbaar zijn voor de rest van de boom- en vasteplantensector. Als het aan de vakgroep ligt wordt de structuur en werkwijze van het PT zo aangepast, dat collectieve regels (heffingen, verordeningen) wél kunnen op ruim draagvlak bij de ondernemers. De vakgroep werkt intussen aan een actieplan om de noodzakelijke collectieve activiteiten te kunnen behouden.
Bontekoe is er voorstander van dat ongeorganiseerde kwekers in de nieuwe opzet ook een plaats krijgen. Om draagvlak te krijgen bij ondernemers wil de vakgroep kritisch kijken naar de taken en activiteiten, die nog collectief uitgevoerd moeten worden en wijze waarop dit gebeurt. Uitgangspunt hierbij is een zo maximaal mogelijke private financiering. ‘Privaat wat kan, en collectief wat moet maar privaat niet kan’, dat is de benadering die de vakgroep voorstaat.

