Voer-mest kringlopen sluiten
De taskforce mineralenkringloop van Nevedi, LTO, Natuur & Milieu, Cumula en het Ministerie van EL&I organiseert deze periode een serie workshops. Daarin wordt geïnventariseerd op welke wijze de voer-mest kringlopen zoveel mogelijk gesloten kunnen worden. Er wordt naar gestreefd om de mineralen uit dierlijke mest maximaal te benutten als meststoffen door de mest te bewerken of te verwerken. De taskforce heeft zichzelf de opdracht gesteld om de kansen voor dit doel per diersoort te identificeren en te schetsen wat er moet gebeuren om dat doel te bereiken. Het gaat om zowel de herkauwers als de varkens en het pluimvee.
Voor het sluiten van kringlopen op Europees niveau wordt uitgegaan van een gelijkblijvende of licht dalende vraag naar dierlijke producten. Op mondiaal niveau wordt uitgegaan van een stijgende vraag naar dierlijke producten. Voor beide kringloopniveaus geldt de randvoorwaarde, dat het sluiten van de kringlopen niet leidt tot een negatieve duurzaamheid op aspecten als carbon foor print, biodiversiteit en dierenwelzijn. De focus ligt op voer en voedergrondstoffen, mest en de aanwending van mest voor plantaardige productie. Alles onder het motto: “geen ophoping hier of uitputting daar”.
Dat is op zichzelf een serieus dilemma. Voedergrondstoffen worden van over de hele wereld naar ons land verscheept en in diervoeders gebruikt. Door de veehouderij worden die benut voor de productie van allerlei dierlijke producten, maar ook mest. Het is maar zeer de vraag of er in de regio’s waar de voedergrondstoffen geproduceerd worden, voldoende marktvraag is naar de mineralen die hier in de mest uitgescheiden worden. Want die moeten wel tot transporteerbaar product verwerkt worden om aldaar af te zetten. Op het eerste gezicht lijkt dat dan ook een veel te kostbare operatie, die op basis van marktwerking moeilijk van de grond zal komen.
Uit de presentaties kwam ook naar voren dat er aanzienlijke verschillen in samenstelling van diervoeders zijn, die toch hetzelfde doel hebben. Op basis van een aantal uitgangspunten wordt op basis van beschikbaarheid en kostprijs de samenstelling van het voer bepaald. Dat biedt ook kansen, want die verschillen in samenstelling vertalen zich ook in verschillen in fosfaatgehaltes. Voor de mineralenuitscheiding via de mest is dat van belang. Sturen op mineralen in het voer is wel degelijk een optie, maar de eventuele kostprijsverhoging zal dan wel opgevangen moeten worden door de markt. Of die duurzaamheidsaspecten door de marktpartijen afgedwongen worden, is nog een vraag.
Om het een en ander nog verder te compliceren spelen ook nog andere criteria een rol van belang. Ontwikkelingsorganisaties, met name Solidaridad, mengen zich in de onder andere de sojadiscussie. Er worden sociale en ecologische problemen gesignaleerd, variërend van conflicten over landgebruik en eigendom, arbeidsomstandigheden, gezinslandbouw, ontbossing van met name de Amazone, maar ook in Indonesië en het onverantwoord bestrijdingsmiddelengebruik. Opgemerkt werd wel dat de ontbossing veroorzaakt wordt door de vraag naar hout en niet zozeer door de export van soja. Toch zijn het aspecten die tot nadenken zetten over de vraag of kringlopen verkleind kunnen worden.
In de eerste uit een serie van drie workshops werd dat uitgebreid gedaan. De Europese teelt van eiwithoudende gewassen en graan werd nadrukkelijk als alternatief benoemd. In veel landen van de EU is dan wel een productiviteitsverbetering noodzakelijk. Maar dat kan ook. Een goede graanprijs stimuleert boeren te investeren in hun gewassen, en daardoor zal de gemiddelde productiviteit per hectare toenemen. Op welke manier de markt dit reguleert, is nog de vraag. In een licht krimpende Europese markt voor dierlijke producten zal de veehouderij onderling concurreren op kostprijs en zal het aanbod de vraag overstijgen. Dat is voor de prijsvorming van de voedergrondstoffen geen goed perspectief. Daartegenover is het mondiale perspectief wel positief. In de opkomende economieën in India en China zal de vleesconsumptie de komende jaren volgens verwachting blijven stijgen.
Jeroen Kloos, 24 oktober 2011

